“Je moet niet beginnen bij de vorm, want dan kom je in de knel.” Dat is wat ik Hans Knibbe regelmatig heb horen zeggen tijdens een retraite. Als je begint bij het probleem, zeg ‘de situatie in de wereld’ en die situatie dan beziet vanuit de blik van vrijheid, vanuit compassie, kom je er niet uit. Je moet beginnen bij verlichting. Dat is ‘the name of the game’. Ik vermoed dat dit precies de reden is waarom ik steeds in de knel kom met de vraag ‘wat wil ik doen, hoe kan ik bijdragen aan de situatie in de wereld?’
Op het niveau van spontane manifestatie gebeuren er al diverse dingen, ben ik al bijdragend. Dat kan ook niet anders als je het pad van Zijnsoriëntatie loopt zoals het bedoeld is; want je valt meer en meer samen met je Spiritaard, die van nature gevend en bijdragend is. Niet gevend zijn is een contractie ten opzichte van je verlichte aard.
Ik merk het zojuist nog, als ik de trein instap. Het is 8:32 uur en iedereen loopt haastig naar binnen. Er staat ook een niet-Nederlandse vrouw met een kinderwagen, die naar ik vermoed de taal niet machtig is en tegelijkertijd niet in haar eentje de trein in kan met de kinderwagen. Als vanzelf wacht ik dan, een zitplaats hebben is spontaan minder belangrijk dan iemand helpen. Dus ik vraag haar of ze hulp nodig heeft, ja dat is zo. Ik help haar met de kinderwagen en zoek dan mijn eigen plek. Dat is spontane manifestatie van mijn Spiritaard, er is geen superego-stem aanwezig en het kost me geen moeite om tot dit gedrag te komen. Ik handel zonder vooringenomenheid. Maar als het gaat om de grote vragen, en voor mij is het meest hete thema daarbij momenteel de klimaatcrisis, merk ik moeite op om hierover na te denken en hier echt bij stil te staan. In dit artikel wil ik dit onderwerp daarom exploreren. Ik begin bij het verlichte zicht, bij Gewaarzijn.
Geen ontkenning
In Gewaarzijn bestaat geen tijd. Er is geen vast ik en geen vast ander. Er is geen object. Er is geen gevolg dat hoort bij een oorzaak. Er is alleen leegte, licht en liefde en het spontane wijsheidsspel van vormen. In Gewaarzijn is er dus geen sprake van een klimaatcrisis die voortduurt in tijd. Dit is direct een van de moeilijkste punten waar het gaat om verlicht burgerschap, om integratie. Want een denkfout die makkelijk gemaakt wordt, is dan: als het niet bestaat, hoef ik ook niets te doen. Waarom zorgen maken over iets dat er niet is? Ik rust liever in Gewaarzijn! Maar dat klopt niet. In verlicht burgerschap is er geen ontkenning van de relatieve werkelijkheid, de werkelijkheid die voortduurt in tijd. Het is juist deze werkelijkheid waar integratie plaatsvindt. Hier integreren we onze gevende aard in ons dagelijks leven, vanuit het zicht dat dit leven in wezen niet bestaat, maar dat het een constructie is van onze gewone geest, die tijdloos Gewaarzijn vertaalt in tijd en subject-objectrelaties.
Ons relatieve leven is dus een uitdrukking van Gewaarzijn. Een ontkenning of devaluatie hiervan, is een ontkenning van onze aard en een ontkenning van onze burgerplicht bijdragend te zijn en ons geluk niet voor onszelf te houden.
Verlicht burgerschap
Ik vind de term verlicht burgerschap prachtig gekozen door Hans Knibbe. Hier komen het verlichte zicht en ons bewegen in een maatschappij, samen. Hier draagt onze beoefening bij aan hoe we kunnen omgaan met het lijden waar we in leven. Volgens mij is dit een verschil ten opzichte van de bevrijding waar in het boeddhisme over gesproken wordt. Als ik het goed begrijp, gaat het daar over de bevrijding uit samsara: het zien dat je al vrij bent en dat zicht continueren, is daar het eindpunt. Anderen helpen dit te zien, is de taak van de boddhisatva*. In Zijnsoriëntatie niet. Hier gaat het ook om bijdragen in de relatieve werkelijkheid, aan de werkelijkheid waarin wij geloven dat we bestaan: over verlicht burger zijn. Ik houd van deze view, en ik houd van het leven dat ik leef. En als je dit leven kunt zien vanuit het verlichte zicht, is het ook probleemloos dat we dit zo doen. Dan is ons leven een uitdrukking van Gewaarzijn zelf en ontstaat het verlangen dat dit leven een leven vol liefde, schoonheid en geluk mag zijn voor alle levende wezens. En precies daarom wil ik bijdragen. Niet vanuit oude patronen om de wereld te redden, maar omdat de huidige situatie mij aan het hart gaat en ik iets wil doen. Dit artikel is daar een aanzet toe.
Het verlichte zicht
Beginnend bij het verlichte zicht zie ik dat alles een vorm is van Zijn*. Direct leeg verschijnen, directe wijsheid, spontane liefde, spontaan geluk. Gewaarzijn draagt geen reden in zich om goed te doen, of om niets te doen. Dit zicht heeft geen functie, heeft geen gevolg. Er komt niets uit voort. Je kunt het op geen enkele manier terugbrengen naar de gewone geest, die functioneert in tijd en in goed/fout. Gewaarzijn ís. Dan volgt de hoge kunst om dit én helemaal te zien en aan te nemen, te geloven en praktiseren dat je niet bestaat, én het niet als doekje voor het bloeden te gebruiken en het naar het nihilistische toe te trekken. Bijvoorbeeld als argument om niet in bewegingte hoeven komen bij lijden en crisis. Maar om Gewaarzijn te zien als het startpunt om te schouwen naar de relatieve werkelijkheid en om te manifesteren vanuit niet-doen. Te manifesteren zonder vooringenomenheid. Dat is in mijn ogen verlicht burgerschap. Het eerste dat gebeurt als ik schouw als tijdloos Gewaarzijn, is dat ik zie dat er geen ontkomen aan is. De wereld staat in brand en de mensen die hier echt iets over te zeggen zouden kunnen hebben, zie ik niet acteren alsof de situatie levensbedreigend is. En dat is de situatie van de wereld waarin we leven. A world that is on fire. Het is overduidelijk en mijn Gewaarzijnsblik verandert helemaal niets aan de ernst van de situatie, juist niet. Het maakt de situatie helder en onomwonden. Het zicht is geen doekje voor het bloeden en ook geen ontkenning van het probleem. Ik moet daarvan huilen terwijl ik gelukkig ben.
Het goede startpunt is dus cruciaal. Want wanneer ik niet begin bij Gewaarzijn, maar bij de vorm – in dit geval het probleem: klimaatcrisis, begin ik bij een ‘ik’ dat een probleem ziet en zich daartoe verhoudt. Wat vervolgens gebeurt, zijn twee dingen:
1) ik zie het probleem maar voor een deel;
2 ik schiet direct naar een oplossing.
De oplossing kan zijn dat ik me afwend van het probleem en me op iets anders richt, of dat ik iets ga doen waardoor het lijkt alsof ik invloed heb, zodat het behapbaar wordt voor mij. Ik eet minder vlees, ik laat de vliegreis voor wat die is, ik koop biologisch eten. Dat zijn op zichzelf natuurlijk goede handelingen, maar ze verdoezelen vanuit dit startpunt ook mijn blik op de hevigheid van de situatie en leiden mij af van het pijnlijke zicht en het pijnlijke gegeven dat ik de situatie niet kan oplossen.
Onze voedingsbodem
Want wat zie ik, als ik start bij Gewaarzijn? De natuur, onze voedingsbodem, wordt uitgeput door onszelf. We doen dit zonder het oog op het geheel en gegeven verbinding. We doen dit zonder goed te zien dat we schade aanrichten. Schade aan onze voedingsbodem, schade aan het ecosysteem, schade aan anderen. Hoe kan dit? Dit gaat over onszelf losdenken van de grond. Als we losgezongen zijn van de grond, onszelf uit verbinding denken, zien we niet meer dat we de grond en elkaar nodig hebben en dat het onze plicht is om goed voor de natuur, elkaar en ons
ecosysteem te zorgen. Om hieraan bijdragend te zijn en onszelf niet op de eerste plaats te zetten. Het is dus niet iets wat we moedwillig doen, we zien het niet meer doordat we gevangen zijn in onze ik kramp, en in onze ik-kramp draait het feitelijk maar om één ding, en dat zijn wij zelf. Dat is geen keuze gebaseerd op slechtheid, dat is hoe het is. In onze ik-kramp staan we naar overleven en hebben we de ander en de relatie niet in beeld. Op het moment dat we wel iets bij willen dragen, gaat het vanuit onze ik-kramp eigenlijk altijd over onszelf weer in een goed daglicht plaatsen. Omdat we vanuit onze kramp simpelweg niet in staat zijn iets goeds te doen wat geen enkele betrekking heeft op onszelf. Een beetje plat gezegd: als ik biologisch eet en meer
de fiets neem, kan ik mezelf weer in de spiegel aankijken. Maar écht wezenlijk bijdragen doe ik niet. Niet dat het slecht is, maar het is is nog steeds een
actie van mijn ‘ik’.
Een fundamenteler niveau
Roxane van Iperen, jurist en schrijver van onder andere het boek Eigen planeet eerst, verwoordt dit als ‘met individuele acties blijf je voortborduren op het systeem dat het probleem heeft voortgebracht’. Zij pleit in Eigen planeet eerst voor veranderingen die op een fundamenteler niveau moeten plaatsvinden dan op het niveau van het individu. Als we starten
bij het individu, starten we op het punt waar het probleem ook begonnen is, zegt zij. We moeten starten vanuit iets dat het individu overstijgt: vanuit gezamenlijkheid.
Ik vind dit pleidooi mooi aansluiten bij wat we bij Zijnsoriëntatie ‘gegeven verbinding’ noemen. Je zou dit ook een fundamenteler niveau kunnen noemen: het is meer waar dan de ik-kramp. Ook doet het me denken aan de slogan: ‘eerst het liefje, dan het werk’, die bij Zijnsoriëntatie gebruikt wordt. Dit gaat erover dat we eerst een breuk maken met de werkelijkheid waarin we het grootste deel van de dag ons zwaartepunt hebben liggen: met de ik-kramp. Ik denk dat dit op een bepaalde manier ook te koppelen is aan wat Van Iperen een ‘fundamenteler niveau’ noemt. Als we een breuk maken met de ik-kramp, landen we in iets dat fundamenteler is dan dat: we landen in verbinding. En in die verbinding, lost het losgezongen ik, op. Wauw, op dat punt proef ik de potentie van waar wij als mensen toe in staat zijn. Als we ons hier weten te enten en vanuit hier het probleem aankijken: dan kan er iets gebeuren! Tegelijkertijd is hier de realistische waarheidsblik dat dit niet zo is en niet snel zal gebeuren. We begeven ons hier niet, niet bewust in ieder geval. Niet als samenleving en niet als wereld.
De wil om bij te dragen
Net als Van Iperen, heb ook ik geen oplossing voor het probleem. Maar wat ik ook direct proef als ik dit waar heb, is dat ik wil bijdragen. Als ik waar heb dat ik geen oplossing heb, wordt de wil om bij te dragen wakker. De wil om op te komen voor onze planeet. Hoe kan dit? Omdat het probleem niet terecht komt in de trekkracht van de psyche* waar voor ieder probleem direct een oplossing dient te zijn, en zodra die niet aanwezig is ik me afwend van het probleem. De psyche kan een probleem niet waar hebben zonder naar een oplossing te gaan, zich af te wenden van
het probleem, of er nonchalant tegenover te staan. Maar eenmaal een breuk gemaakt en plaatsgenomen in een ruimere optiek, kan dat wel. En kan er wilskracht zijn iets bij te dragen, om niet. Ik ben lang met dit artikel bezig geweest en heb het vaak weer weggelegd, omdat ik steeds denk een oplossing te moeten aandragen, een uiteenzetting van hoe ik als padloper omga met dit probleem. Want ik loop toch het pad van Zijnsoriëntatie? Het pad dat mij verlichting doet manifesteren in mijn alledaagse dag? Hoe kan het dan dat ik niet de hele dagmbezig ben met de problematiek in de wereld en oplossingen bedenk? En precies daar liep ik dus vast. Want ik heb geen oplossing. Maar nu zie ik: dit is niet het eindpunt, maar juist het begin. Geen oplossing hebben en mijzelf ontslaan van een oplossing hoeven hebben, maakt het belang van manifestatie voelbaarder dan ooit. Ik wil iets doen. En dit wordt nog sterker als ik de hopeloosheid, uitzichtloosheid en het punt van onmachtig zijn, waar heb. Als de brand me om de oren slaat.
Zicht
Als ik durf te zien dat ik leef in een systeem dat niet begint bij verbinding, maar bij het individu. Dat niet begint bij schoonheid, maar bij macht. Als ik durf te zien dat we tot zo veel mooie, intelligente dingen in staat zijn. Dat we zonnepanelen maken, elektrische auto’s, kunst en muziek. En dat het er tegelijkertijd op lijkt dat we ons maar niet kunnen verenigen tegen het grootste existentiële probleem van deze tijd. Misschien komt het omdat we hier eerst voor moeten erkennen dat we het niet weten. Dat de grote machthebbers zouden moeten zeggen: ik weet het niet. Het is groter dan ons. We weten het (nog) niet. Als dat zou gebeuren, die erkenning, misschien zou dat een mogelijkheid zijn. Een mogelijkheid tot samenwerken met de natuur, tot onze positie opnieuw erkennen. Tot per direct stoppen met vliegverkeer en met de bio-industrie. Tot alles op alles zetten om onze planeet te redden. Tot directe hulp aan die mensen en gebieden die al lang lijden aan de klimaatcrisis. Een samenwerking die zijn weerga niet kent. Misschien… ik weet het niet.
Een droef hart
Wat ik wel weet, is dat mijn hart huilt. Om een probleem dat zo helder voor ons ligt, en dat we niet lijken te kunnen tackelen. Ik voel pijn in mijn hart als ik mijn zoontje van elf jaar vraag: wat wil je later worden, en wil je later kinderen? Want ik weet niet hoe de planeet ervoor staat, als hij tot die besluiten komt. Is het dan nog een wereld waar je wil dat kinderen geboren worden? Is er dan nog de indeling van een dag met een ritme en een baan, zoals wij dat kennen? Waar ik hoop uit put, zijn de initiatieven die mensen in beweging zetten, waar mensen hun krachten
bundelen, los van of ik het precies eens ben met de aanpak. Initiatieven als Extintion Rebellion en Milieudefensie. Initiatieven die goed door hebben dat we het geheel nodig hebben om verandering teweeg te brengen en zich inspannen om het anders te doen.
Gelukkig zijn
En ik sta mijzelf toe gelukkig te zijn. Ik ben ontzettend gelukkig met het leven dat ik leef, de mensen om mij heen, mijn pad, mijn huis. Met mijn lief en (stief )kinderen, mijn werk als leraar Zijnsoriëntatie. Ik leef geluk, want ik wéét dat dit is wie we zijn. Ik word niet overmand door zorgen en vragen over de toekomst. Ik praktiseer, en praktiseren maakt dit mogelijk. Ik leef met een droef hart, dat toch gelukkig is. En bijdragen aan de existentiële problemen in de wereld, doet dit geluk oplichten, zie ik nu. Want het is onze situatie. Zondag 26 oktober liep ik mee met de klimaatmars. Ik ben gaan lopen. Voor onze planeet. In tijdsloosheid.